Hoe samenwerking al eeuwenlang het fundament vormt onder topsportprestaties
Toen Poulydamas in 408 voor Christus zijn Olympische titel in het worstelen opeiste, was het al gebruikelijk dat hij werd gesteund door een sterk team om zich heen. De man, die een leeuw met blote handen kon doden en een stier aan z’n hoef vast kon houden als die wilde wegrennen, had een sportwetenschapper, fysieke trainer, fysio, arts, masseur, psycholoog en diëtist tot z’n beschikking. Hier zou ook Harry Lavreysen tegenwoordig heel tevreden mee zijn.
Al deze rollen werden in de Oudheid ingevuld door één gymnastes, één paidotribes en een aleiptes. Mannen met genoeg in huis om al die functies met z’n drieën te vervullen. Heren van Tempoteam, avant la lettre. Ze deelden alles met elkaar, omdat ze ook toen al wisten: samenwerking in de (top)sport is de weg naar het goud.
Samenwerking en communicatie in de moderne topsport
Meer dan 2400 jaar later, in 2025, blijkt samenwerking en communicatie nog steeds een heel belangrijke factor voor succes in de topsport. Een studie, door onder anderen Jan Ekstrand, Maikel van Wijk en Wart van Zoest, liet voor Champions League voetbal zien dat als de staf rondom een speler goed communiceerde, het aantal hamstringblessures per jaar fors daalde. En eerder was al bekend dat juist de minst geblesseerde teams de meeste kans hadden op het winnen van de Champions League. Communiceren om kampioen te worden dus.
Óók in 2025 liet het rapport “Vlammende ambitie”, een onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland, zien dat fysieke en mentale gezondheid belangrijke voorwaarden zijn voor presteren. En dat zit gelukkig heel vaak goed, maar er kunnen altijd dingen beter. Verrassend was het niet dat fysieke en mentale gezondheid het beste te waarborgen bleek als sporters en leden van de medische en technische staf optimaal samenwerken. En dat samenwerking essentieel is weten we bij de VSG en NOC*NSF natuurlijk al 60 jaar.
De rol van VSG en NOC*NSF in 60 jaar samenwerking
Vanaf het prille begin van de oprichting van de VSG tot nu zijn er sportartsen, verbonden aan de VSG, bij NOC*NSF betrokken geweest om medische zorg voor de sport te verbeteren. Hans de Jongste, Wim Mosterd, Frits Kessel, Sjung Hermans, Leo Heere, Frank Backx, Tjeerd de Vries en Cees-Rein van den Hoogenband trokken de kar, richtten zich op certificering, vergoeding en professionalisering van de sportmedische zorg, op preventie van blessures, verzorgden topmedische zorg tijdens de Spelen en zetten zich in om Nederland gezonder te maken.
Er was jarenlang zelfs een hele afdeling binnen NOC*NSF die Sport en Gezondheid heette. Zo werd bijvoorbeeld het fameuze ochtendgymnastiek tv-programma ‘Nederland in Beweging’ op Papendal bedacht en ontwikkeld. Hier doen nog steeds elke dag 136.000 bewegende mensen aan mee.
Het gezamenlijke principe: bewegen is een medicijn
En daar zit precies de kern van de 60-jarige samenwerking tussen NOC*NSF en VSG. We geloven allemaal in een principe dat Herodicus, arts en een van de meest beroemde gymnastes rond de Griekse Olympische Spelen, al verkondigde: “Bewegen is een medicijn”. Ook de komende 60 jaar zullen we ons samen blijven inzetten voor dit beproefde recept voor goud.


