Dit is een kopie van het artikel “Een schouderblessure: de grootste vrees van waterpolosters”, door Thomas Sijtsma uit Trouw d.d. 24 oktober 2025.
Zaanse zusjes Rogge over waterpolo en blessureleed
Wanneer een waterpoloster van ZV De Zaan een pijntje voelt, in de elleboog of pols bijvoorbeeld, gaan ze regelmatig voor een kort consult naar Lieke Rogge (24). Naast schutter en aanvaller is ze afgestudeerd fysiotherapeut. Vandaar, of zij snel kan inschatten hoe serieus de blessure kan zijn.
Bij het Nederlands team is in de regel wel een fysiotherapeut aanwezig bij trainingen en wedstrijden. Wanneer Rogge zelf klachten heeft, overleggen ze in jargon. Het jongere zusje van de ervaren international Bente Rogge (28), ook actief voor de ZV De Zaan, mag dan hardop meedenken. Wat denkt zij zelf dat het is?
“Omdat ik mijn opleiding in 2022 heb afgerond en na een half jaar stopte met werken in een praktijk vanwege het Nederlands team, merk ik dat ik er wel een beetje uit raak”, zegt Lieke Rogge telefonisch terwijl ze naast haar zus in de auto zit. “Maar ik heb wel basiskennis."
Reden voor het dubbelgesprek met de Zaanse zusjes is onder meer het eerste duel van hun club in de Champions League, zaterdag in en tegen Rome. Nog meer richt het gesprek zich op waterpoloblessures, meer specifiek: schouderblessures. Daar waar Lieke Rogge als fysiotherapeut over basiskennis beschikt en Bente Rogge in negatieve zin vooral ervaringsdeskundige is.
Ook afgelopen week voelde ze weer iets in het gewricht, nadat de verdedigster afgelopen seizoen al zeven maanden moest revalideren en het wereldkampioenschap in juli, waar Nederland vijfde werd, op halve kracht speelde. En met een schouderblessure was ze zeker niet de enige.
Collega-international Vivian Sevenich lag er in het verleden al lang uit. Keepster Ilse van der Meijden idem. Marit van der Weijden noemen ze ook als voorbeeld. Het komt veel voor en het herstel duurt lang. Heel lang.
Overbelasting
Het blijft een serieus probleem in het waterpolo: de schouderblessures. Dat komt volgens medici onder andere door de intensiteit en veelzijdigheid van de sport. Waterpolosters moeten schieten en passen, tegenstanders blokken en zwemmen.
“Het gaat vaak om overbelasting van de pezen die de schouder aansturen”, zegt Maarten Moen, hij is teamarts van de nationale waterpolodames en chefarts van sportkoepel NOC*NSF. “Daarnaast komen in deze sport acute blessures voor: een tegenstander die aan de arm trekt bijvoorbeeld.”
“Ten opzichte van bijvoorbeeld van ander bovenhandse sporten als tennis heeft waterpolo een extra risicoprofiel omdat ze los in het water liggen. Je moet jezelf stabiliseren waardoor je minder stabiel bent dan met een vaste ondergrond.”
“Waterpolo heeft een extra risicoprofiel omdat je los in het water ligt”
Wat Moen absoluut wil benadrukken, is dat topsport goed blijft voor de gezondheid. “Topsporters leven gemiddeld vijf jaar langer. Het is aan de medische begeleiding om aan de hand van het epidemiologische profiel van een sport zich te richten op blessurepreventie zodat de sporters pijnvrij kunnen trainen en de basis te leggen voor een gezonde toekomst. Als je niet goed oplet, zwem je de fuik in.”
Waar de een welhaast immuun lijkt voor schouderkwetsuren, lijkt de ander er bijna chronisch last van te hebben. Volgens Lieke Rogge is één oorzaak dat zij meer uit de romp schiet ten opzichte van andere waterpolosters.
Bij Bente Rogge is met de jaren enige wijsheid gekomen. “Ik probeer strenger voor mezelf te zijn en niet te lang met pijn trainen. Waar ik in het verleden doorging tot het niet meer ging, sla ik nu wel eens een training of oefening over. Vanochtend nog.”
Bij de oefening moesten twee waterpolosters een sprintduel uitvechten om vervolgens op doel te schieten. Bij het missen moesten ze direct de andere kant op. Bente Rogge: “Explosief zwemmen en schieten is dan net te veel gevraagd.”
Nieuwe regels
De zussen merken op dat de nieuwe regels in de sport meer van de speelsters vragen. In een seizoen waar in hoog tempo al ongeveer 75 wedstrijden worden afgewerkt. De schotklok, de tijd die een team krijgt om te schieten uit een aanval, is verkort van 30 naar 28 seconden en bij een nieuwe aanval na onderbreking van 20 naar 18 seconden.
“De sport moet sneller worden”, zegt Lieke Rogge. “Aan de speelstijl van teams merk je dat ze explosiever te werken. Dat merken wij ook in trainingen en heeft effect op de belasting van onze schouders.”
Belangrijk onderdeel van de preventie is extra krachttraining. Moen vertelt dat de overbelasting in de schouderpezen en - spieren deels te voorkomen is door in verschillende posities oefeningen uit te voeren. Dat kan door de arm een beetje opzij te bewegen, maar ook door bijvoorbeeld, liggend, staand en zittend herhalingen uit te voeren. In tegenstelling tot de bovenhandse opslag van een tennisser schiet een waterpoloster uit verschillende hoeken met de arm.
Hoewel de belastbaarheid van de schouders bij de zussen verschillend is, hebben ze in het onderstel wel een grote overeenkomst: bij beiden schiet de knie relatief eenvoudig uit de komen. “Gelukkig doen we geen landsport”, zegt Lieke Rogge. “We zijn en blijven weekdieren.”


