Oefentherapie de basis van behandeling achillespeesklachten
Achillespeesklachten komen veel voor en kunnen in het dagelijks leven en bij sporten heel hinderlijk zijn. Helaas komt het ook voor dat het bewegen en sporten ernstig wordt belemmerd of zelf onmogelijk wordt gemaakt. Om van je klachten af te komen is oefentherapie de basis én hoeksteen van de behandeling. Het doel hiervan is om de pees weerbaarder te maken, meer bouwstenen van de pees te formeren en zo een sterke pees te krijgen die minder snel / geen klachten meer geeft.
Oefentherapie wordt al jaren door fysiotherapeuten en sportartsen geadviseerd en veel mensen en behandelaars kennen de befaamde zware oefeningen op de trap. Voor ieder individu de juiste oefening en dosis van de training aanbieden was in het verleden echter een uitdaging.
Nieuwe studie
Heel recent verscheen er een overzichtsartikel waarin alle wereldwijd beschikbare studies op een rij werden gezet, die beoordeelden welke achillespees oefening nu precies hoe zwaar is voor de pees. Dit werd bekeken door middel van gedetailleerde metingen en berekeningen. Voor het eerst is daarmee een optimaal oefenschema aan te bieden aan iemand met achillespees klachten, geen eenheidsworst, maar precies de juiste oefening en opbouw voor degene met klachten.
Zo kunnen we nu zo nauwkeurig mogelijk adviseren hoe de oefentherapie op te bouwen en welke vorm van training nou het beste helpt bij het zo sterk mogelijk maken van de pees.
Video’s nu online beschikbaar
Om het voor jou / de praktijk zo makkelijk mogelijk te maken, zijn deze oefeningen nu door Bergman en FysioHolland gefilmd en online gezet. Doe er, samen met je fysiotherapeut, je voordeel mee. Op naar een sterkere pees en weer lekker bewegen en sporten.
Introductie door Maarten Moen, Bergman Clinics
Oefeningen: fase 1
Oefeningen: fase 2
Oefeningen: fase 3
Oefeningen: fase 4
Hulp bij het oefenschema
We raden aan om drie keer per week te oefenen, met een rustdag tussen de oefensessies. Het is belangrijk om uw pijn tijdens en na de oefening te beoordelen op een schaal van 0 tot 10, waarbij het ideaal is om niet meer dan een score van 4 tot 5 te ervaren. Als u een fase heeft voltooid en uw pijnniveau nog steeds niet hoger is dan 4-5, kunt u doorgaan naar de volgende fase.
Opbouw van het oefenprogramma
Pijn als richtlijn
Het gaat niet om een vast aantal herhalingen, maar om de reactie van uw lichaam. Oefen totdat u tijdens of na de oefeningen een pijnscore van 4 tot 5 op een schaal van 10 bereikt. Heeft u na afloop pijn of veel pijn? Verminder dan het aantal herhalingen of ga een fase terug. Is er juist helemaal geen reactie? Dan kunt u het aantal herhalingen verhogen of doorgaan naar een volgende fase.
Opbouw van de oefeningen
Start met de oefeningen uit fase 1. We adviseren om deze eerst enige tijd (bijvoorbeeld enkele dagen tot een week) uit te voeren. Gaat dit goed en nemen de klachten niet toe? Dan kunt u geleidelijk starten met de oefeningen uit fase 2.
De verschillende fases zijn bedoeld als een geleidelijke opbouw. U hoeft daarom niet steeds opnieuw bij fase 1 te beginnen als u alle fases hebt doorlopen. Wel kan het zinvol zijn om bepaalde basisoefeningen te blijven doen als onderhoud of wanneer de klachten weer wat opspelen.
Trainingsfrequentie
Doe de oefeningen bij voorkeur drie keer per week, met een rustdag tussen de oefendagen. Als richtlijn kunt u denken aan enkele sets per oefening (bijvoorbeeld 10 tot 15 herhalingen). Een oefensessie duurt dan vaak ongeveer 10 tot 15 minuten. Belangrijker dan het aantal herhalingen is echter de reactie tijdens of na afloop van de oefeningen. Pas de belasting daarop aan, zoals hierboven beschreven.
Oefeningen afbouwen
Zijn de klachten volledig verdwenen? Dan kunt u de oefeningen meestal geleidelijk afbouwen. Het kan wel verstandig zijn om een aantal oefeningen, zoals de kracht- of rekoefeningen, af en toe te blijven doen om de belastbaarheid van de pees op peil te houden en de kans op terugkeer van klachten te verkleinen.


