Schouderslijtage in het kort
Bij schouderslijtage, ook artrose van de schouder genoemd, is de kwaliteit van het kraakbeen verminderd. Kraakbeenverlies is echter niet de enige reden voor klachten: ook ontsteking van het schoudergewricht en een strakker staand gewrichtskapsel kunnen pijn en bewegingsbeperking verklaren.
Pijn kan optreden bij gebruik van de schouder, maar ook in rust en tijdens de nacht. Niet-operatieve behandelingen bestaan uit oefentherapie, aanpassing van voeding, pijnstilling en injecties.
Wat is schouderslijtage (artrose van de schouder)?
De kwaliteit van het kraakbeen is bij slijtage van de schouder verminderd. Toch is vermindering van kraakbeen zeker niet de enige reden voor klachten bij schouderslijtage. In het Engels heet slijtage van een gewricht “osteoarthritis”. Dit woord, dat ontsteking van het gewricht betekent, geeft meer een ziekteproces van het schoudergewricht aan dan alleen kraakbeenverlies. Door de ontsteking zijn pijn en bewegingsbeperking goed te verklaren. Bewegingsbeperking komt voor een deel door een ontstoken en strakker staand kapsel, het jasje om het gewricht heen.

Bij slijtage van de schouder is de kwaliteit van het kraakbeen verminderd.
Geïllustreerd door Myrthe Boymans
Over deze aandoening
Hoe ontstaat schouderslijtage?
Hoe ouder iemand wordt, hoe vaker schouderslijtage voorkomt (Tran et al. Rheumatology 2021). Dat past bij een natuurlijk ouderwordingsproces, waarbij alle weefsels wat minder worden qua kwaliteit. Toch komt artrose van de schouder sneller voor bij mensen met overgewicht, die roken, die hoge bloeddruk hebben en die op meerdere plekken in hun lichaam al artrose hebben. Ook komt schouderslijtage eerder voor na trauma’s van de schouder of bij sporten die veel piekdruk op de schouder veroorzaken, zoals (zwaar) gewichtheffen.

Het voorkomen van schouderslijtage naar leeftijd (Tran et al. Rheumatology 2021).
Wat zijn de symptomen van schouderslijtage?
Pijn en bewegingsbeperking van de schouder staan vaak op de voorgrond. Pijn kan in rust worden gevoeld, vaak na inspanning of gebruik van de schouder, maar ook in de nacht en op onverwachte momenten. Sommige mensen vertellen dat ze slecht op hun schouder kunnen liggen en dat ze daardoor wakker worden.
De beperking in het bewegen vertaalt zich bijvoorbeeld in moeite met iets uit een hoger kastje pakken, kleren aantrekken of haren kammen. Door de pijn kan het ook zijn dat mensen hun schouder minder gaan gebruiken en dat hierdoor de kracht van de schouder afneemt.
Hoe wordt schouderslijtage vastgesteld?
Vaak weten mensen zelf al dat hun schouderklachten door slijtage bestaan. Voordat mensen op de poli komen, is er door de huisarts vaak al een röntgenfoto gemaakt en komen mensen rechtstreeks voor advies over wat eraan te doen is. Het komt uiteraard ook voor dat mensen geen idee hebben wat de reden is van hun schouderklacht. Na het uitvragen van het verhaal van de klacht wordt er dan vaak gekozen voor aanvullend onderzoek om de schouderklacht nog beter te kunnen duiden.
Aanvullend onderzoek
Röntgenfoto van de schouder
De meest gebruikelijke manier om schouderslijtage vast te stellen is het maken van een röntgenfoto. Daarop is de kwaliteit van het gewricht te zien, doordat de botcontour heel duidelijk wordt afgebeeld. Als de kop en de kom van de schouder te dicht bij elkaar te zien zijn, betekent dit dat er minder ruimte tussen de botten zit doordat het kraakbeen (deels) is verdwenen. Ook kunnen aangegroeide botpuntjes te zien zijn op een röntgenfoto als teken dat de kwaliteit van het schoudergewricht verminderd is.
Soms heeft iemand flinke klachten van de schouder, maar is een foto niet afwijkend. Dan kan het zijn dat de specialist ander aanvullend onderzoek aanvraagt, zoals een MRI-scan. Een MRI-scan is lang niet altijd nodig, zeker niet als een röntgenfoto al een duidelijk beeld laat zien en dit goed past bij het verhaal van iemand met klachten en het verrichte lichamelijk onderzoek.

Röntgenfoto van het schoudergewricht met versmalling van de afstand tussen kop en kom (rode pijl) en aangroei van botpuntjes (gele pijl).
MRI-scan van de schouder
Soms kan het toch verstandig zijn om een MRI-scan uit te voeren. Deze wordt gemaakt als het noodzakelijk is om meer details van de schouder te weten en een röntgenfoto deze niet kan geven. Dit is vaak het geval als een operatie wordt overwogen of bij andere bijzondere omstandigheden.

MRI-scan van een schouder met schouderslijtage. De kraakbeenlaag tussen de kop en de kom is versmald (rode pijl).
Welke behandelingen zijn er bij schouderslijtage?
Hier worden de verschillende niet-operatieve behandelmogelijkheden voor schouderslijtage besproken.
Behandelingen bij schouderslijtage
Oefeningen en oefentherapie bij schouderslijtage
Rekken en mobiliseren
Bij schouderslijtage is de bewegelijkheid van de schouder vaak beperkt door strakker staande spieren en het schouderkapsel, of door aangegroeide botpuntjes. De botpuntjes zijn niet te verwijderen zonder operatie, terwijl het kapsel en de strakke spieren wel losser te maken zijn door deze te rekken. De structuren die het vaakst strakheid vertonen zijn de pectoralis major (grote borstspier), de latissimus dorsi (grote rugspier) en de spieren die de schouder naar binnen en buiten draaien (subscapularis en infraspinatus).
Afhankelijk van welke structuren strakker zijn geworden, is het zinnig deze te rekken voor extra winst in de bewegelijkheid (Namamoto et al. J of ISAKOS 2023). Een lokale fysiotherapeut, liefst gespecialiseerd in schouderklachten, kan je hierbij helpen. Wat een fysiotherapeut vaak ook doet, is het mobiliseren van een gewricht met de handen, ook wel manuele therapie genoemd.
Schouderspieren versterken
Door pijn worden de schouder en de arm vaak minder belast en hierdoor neemt de spierkracht vaak af. Om de spierkracht op peil te houden, is het doen van spierversterkende oefeningen heel verstandig (Larsen et al. Acta Orthop 2022). Deze kun je zelf thuis doen. Het is echter aan te raden om een schema door te nemen en tips te krijgen van een lokale (schouder)fysiotherapeut.
In dit pdf-bestand met schouderoefeningen vind je verschillende oefeningen om de schouderspieren te versterken. Scroll in de pdf naar pagina 310 voor afbeeldingen en uitleg van de oefeningen. Deze zijn als voorbeeld bedoeld, maar kunnen deel uitmaken van je oefenprogramma.
Het is verstandig dergelijke oefeningen drie keer per week te doen met een dag ertussen, om goed te kunnen voelen of de oefeningen niet te zwaar voor je waren. Op een pijnschaal van 0-10 moeten de oefeningen nooit pijnlijker zijn dan een score van 5, tijdens en/of na de training. Als je minder dan een 2 scoort, kan het wat zwaarder om de schouder net nog wat meer uit te dagen.

Voorbeelden van oefeningen (Larsen et al. Acta Orthop 2022).
Voeding en artrose
Belangrijk
Als je serieus werk wilt maken van het aanpassen van je voeding ten behoeve van je artrose, dan is contact opnemen met een diëtist aan te raden. Hieronder volgen enkele algemene tips over voeding in relatie tot artrose.
Onderwerpen over voeding
Gewichtsverlies
Ontsteking in het schoudergewricht kan deels in stand worden gehouden door te veel gewicht. Er is een duidelijke relatie tussen gewicht, een hoger vetpercentage en ontsteking. Om deze reden is gewichtsverlies ook voor schouderslijtage aan te raden in combinatie met aanpassing van het dieet. Dit wordt hieronder toegelicht.
Uit een recent literatuuroverzicht werd duidelijk dat drie soorten van gewichtsverlies het beste hielpen bij klachten van artrose:
- Laagcalorische maaltijden in combinatie met oefentherapie (bewegen en krachttraining).
- Intensief gewichtsverlies samen met oefentherapie (Panunzi 2021 Obesity Rev).
- In uiterste gevallen is een maagverkleining te overwegen (uiteraard niet iets om mee te starten). Dit alleen als maximale pogingen bij punt 1 en 2 niet hebben geholpen.
Enkele Engelstalige tips om geleidelijk gewicht te verliezen zijn te vinden op de website Get Healthy NSW. Onderneem nooit interventies tot zwaar gewichtsverlies zonder gediplomeerde begeleiding. Neem altijd contact op met een (sport)diëtist die je in dit proces kan begeleiden om je algehele gezondheid te bewaken, samen met je huisarts.
Aanpassing van het dieet
Bestanddelen van voeding
Eiwitten
Eiwitinname is onder andere belangrijk om de spierfunctie optimaal te houden en zelfs te verbeteren. Eventueel kunnen hiervoor essentiële aminozuren worden toegevoegd aan het dieet. Ook is de inname van whey-eiwitten nuttig. Zeker in combinatie met krachttraining leidt dit tot meer toename van spiervolume en daardoor tot minder gewrichtsklachten.
Voedingsmiddelen die goede eiwitbronnen zijn, zijn bijvoorbeeld mager wit vlees, kip, vis en kwark.
Vetten
Vetten zijn nuttig voor meerdere functies in het lichaam. Toch zijn dierlijke vetten uit met name rood vlees minder verstandig om in flinke mate tot je te nemen, omdat hierin behoorlijk veel omega-6 voorkomt en hierdoor de hoeveelheid ontsteking, ook in het gewricht, toeneemt.
Koolhydraten
Minderen in de hoeveelheid koolhydraten is een van de mogelijkheden om de totale calorie-inname te verminderen. Het gaat niet om minder koolhydraten op zich, maar om de totale hoeveelheid calorieën die je inneemt. Als je de inname van koolhydraten gaat verminderen, kies dan zeker altijd voor de volkorenvariant. Deze bevat veel meer vitaminen, mineralen en voedingsvezels, waardoor je meer goede voedingsstoffen binnenkrijgt en ook langer verzadigd zult zijn.
Voedingsmiddelen die aan te raden zijn: volkorenpasta, volkorenbrood, zilvervliesrijst en volkoren couscous.
Vezels
Vezels hebben effect op het microbioom van de darmen, waardoor ontsteking in het lichaam wordt geremd. Voldoende inname van vezels is daarom gewenst om ontsteking in het gewricht te kunnen remmen.
Voedingsmiddelen: volkoren graanproducten, groenten, fruit en peulvruchten.
Micronutriënten
Een overweging is om bloedonderzoek te doen om te zien of er in het lichaam tekorten zijn die kunnen worden aangevuld met het dieet of eventueel met supplementen. Te denken valt aan:
- Calcium
Bij een tekort is dit nadelig voor het onderhoud van het bot. - Vitamine D en vitamine K
Een tekort van deze vitamines is nadelig voor het onderhoud van bot en spier. - Selenium en ijzer
Een tekort is niet goed voor klachten van artrose. Bij een tekort is extra inname verstandig. Alleen moet je dan juist oppassen, want een overdosering leidt juist tot extra klachten. Dit geldt ook voor een teveel aan koper.
Omega-3
Een dieet rijk aan omega-3 is verstandig omdat omega-3 ontsteking in een gewricht remt. Bekijk op NICE-info in welke producten omega-3 te vinden is. Een samenvatting van producten met veel omega-3 is: makreel, botervis, sardien, haring, rivierpaling, zalmforel, walnoten, pecan, pistache, pinda, lijnzaad, maanzaad, sesamzaad, koolzaadolie, sojaolie, olijfolie, groene kool, spinazie, spruitjes en granen.
Omega-6
Omega-6 zorgt voor extra ontsteking van gewrichten. Omega-6 wordt onder andere gevonden in dierlijke vetten, zoals in rood vlees, maar ook in zonnebloemolie.
Supplementen
Aardbeienpoeder (50 g per dag) of 500 g aardbeien per dag is te overwegen omdat dit product de klachten van artrose vermindert. Dit geldt ook voor gemberextract 250 mg per dag.
Glucosamine en chondroïtine
Glucosamine en chondroïtine zijn beide supplementen die vaak gecombineerd in een preparaat te vinden zijn. De werking van deze supplementen is dat bepaalde bestanddelen van het kraakbeen gemakkelijker weer kunnen worden aangemaakt en dat langzaam de pijn vermindert en de functie beter wordt (Singh et al. Cochrane Database Syst Rev 2015, Meng et al. Arch Orthop Trauma Surg 2023).
Het effect is niet groot, maar kan in het geheel toch wat bijdragen. Het is niet zo dat je bij het innemen van de supplementen gelijk wat gaat merken. Het is aan te raden ze minimaal enkele maanden te gebruiken en dan te ervaren of de klachten minder worden. Op de lange termijn is aangetoond dat kraakbeenverlies een beetje minder snel gaat bij gebruik van deze supplementen gedurende twee jaar (Lee et al. Rheumatol Int 2010).
Er bestaan heel veel verschillende varianten van glucosamine en chondroïtine. Het lijkt niet echt uit te maken welke variant wordt ingenomen, zolang beide erin zitten. Een richtlijn zou kunnen zijn dat van glucosamine 1500 mg per dag dient te worden ingenomen en van chondroïtine 800 mg per dag.
Bronnen over voeding en artrose
- Personalized Nutritional Strategies to Reduce Knee Osteoarthritis Severity and Ameliorate Sarcopenic Obesity Indices: A Practical Guide in an Orthopedic Setting
- Evidence-Based Dietary Practices to Improve Osteoarthritis Symptoms: An Umbrella Review
- The effects of dietary patterns and food groups on symptomatic osteoarthritis: A systematic review
- Comparative efficacy of different weight loss treatments on knee osteoarthritis: A network meta-analysis
- Podcast Prof. Hunter, 27 oktober 2023: Joint Action
Pijnstilling bij schouderslijtage
Vaak wordt bij schouderslijtage gestart met paracetamol, omdat mensen dit vaak zelf in huis hebben. Voor betere demping van pijnklachten is een ontstekingsremmer (NSAID) aan te bevelen. Toch moet er opgepast worden met het gebruik van NSAID’s, helemaal als er bloedverdunners worden gebruikt of als de bloeddruk te hoog is. Er kunnen namelijk onder andere maag- en darmklachten ontstaan door het gebruik van ontstekingsremmers. Start daarom niet zelf met deze medicatie, zeker niet als de pillen voor lange tijd worden ingenomen.
Een alternatief voor een ontstekingsremmer in tabletvorm zou een crème met ontstekingsremmers kunnen zijn. Deze is bij een drogist zelf aan te schaffen in de vorm van bijvoorbeeld Voltarencrème, waarvan ook een sterke variant ‘forte’ beschikbaar is. De kans op bijwerkingen van een ontstekingsremmer in crèmevorm is veel kleiner dan wanneer deze als tablet wordt ingenomen en heeft ongeveer hetzelfde effect (Klinge et al. Phys Sportsmed 2013). De huid van de schouder zou rood kunnen worden. Dat is dan te zien en er kan even gestopt worden met het toepassen ervan.
Injecties bij schouderslijtage
Soorten injecties
Plaatjes-rijk plasma (PRP/ACP)
Een injectie die de laatste jaren steeds vaker wordt toegepast voor slijtage van een gewricht is een injectie met plaatjes-rijk plasma (PRP). Het idee hierachter is dat in het geconcentreerde plasma, dat is een deel van het eigen bloed zonder toevoegingen, stofjes zitten die de ontsteking die bij slijtage hoort kunnen remmen. Door het remmen van ontsteking ontstaat er minder pijn in de schouder. De bewegelijkheid van een gewricht wordt er over het algemeen echter niet minder door en het kraakbeen wordt ook niet gemaakt.
Vaak houdt de pijnvermindering gedurende 6-12 maanden aan, waarbij de meeste mensen 9-12 maanden effect zullen hebben. De meeste studies, wel meer dan 30, zijn verricht naar het effect van PRP op slijtage in de knie. Uit de studies naar knieslijtage bleek dat de PRP-injectie momenteel beter lijkt te werken dan andere injecties. De meeste studies naar PRP voor knieslijtage laten zien dat pijnklachten ongeveer 25-40% kunnen dalen.
Slechts enkele studies keken naar het effect van PRP op schouderslijtage. Een van die studies liet zien dat er een beter effect is van PRP vergeleken met corticosteroïdeninjecties (Saif et al. Egypt Reumatol Rehabil 2018). Een andere studie vergeleek het effect van PRP met een hyaluronzuurinjectie (zie hieronder). Uit deze studie kwam naar voren dat er een vergelijkbaar effect was, een daling van klachten met 30%, van de twee injecties op de pijnklachten (Kirschner et al. Clin J Sports Med 2022).
De vergelijking tussen PRP en hyaluronzuur is bij knieslijtage ook meerdere malen bestudeerd. Daaruit komt naar voren dat PRP-injecties gemiddeld een beter effect laten zien op pijnklachten dan hyaluronzuur. Injecties met PRP worden door de verzekeraar niet vergoed.
Behandeling met twee ACP-injecties
De injectie wordt na het verdoven aan de achterzijde van uw schouder gegeven. In totaal krijgt u één injectie per behandeling, omdat het spuitje op hetzelfde naaldje wordt gewisseld: eerst de verdoving en daarna uw eigen bloed. Enkele weken later volgt een tweede injectie om het herstelproces verder te ondersteunen.
Het kan zijn dat de schouder wat gevoeliger is in de dagen na de injectie. Daarom adviseren we de eerste week zwaarder belasten en sporten met de schouder te vermijden.

Injectie van plaatjes-rijk plasma in het schoudergewricht via de achterzijde.

Grafiek naar aanleiding van gegevens uit de studie van Kirschner et al. Clin J Sports Med 2022.
Hyaluronzuur
Een belangrijk bestanddeel van het gewrichtsvocht in de schouder is hyaluronzuur. Bij schouderslijtage neemt de hoeveelheid hiervan af. Injecties met hyaluronzuur kunnen het gewricht helpen herstellen richting een natuurlijke situatie. Een betere kwaliteit van het vocht in de schouder leidt tot betere smering en demping ervan.
Sinds jaren wordt deze vorm van injectie al toegepast. Er bestaan echter maar een beperkt aantal studies die het effect onderzochten, waarbij het lijkt alsof een hyaluronzuurinjectie een beter effect heeft dan een corticosteroïdeninjectie (Familiari et al. J Orthop Res 2023). De vergelijking met PRP werd hierboven toegelicht. Gemiddeld houdt het effect van een hyaluronzuurinjectie 6-12 maanden aan (zie de grafiek hierboven). Bij voldoende verbetering van de klachten is een nieuwe injectie te overwegen wanneer de schouder opnieuw extra klachten gaat geven.
Er bestaan verschillende vormen van hyaluronzuur. Hierbij heeft het de voorkeur een vorm te kiezen die een zwaarder moleculair gewicht heeft, bij voorkeur zwaarder dan 3000 kDa (Altman et al. Am J Sports Med 2015). U kunt dit op de verpakking van de hyaluronzuurinjectie lezen. Deze injectie wordt door de verzekeraars niet vergoed.

Corticosteroïden
In Nederland wordt een injectie met corticosteroïden voor schouderslijtage het meest toegepast. Het doel van de prik is om ontsteking, die met schouderslijtage gepaard gaat, te verminderen en daarmee de pijn. Het is af te raden deze injectie geregeld toe te passen, omdat de injectie bijwerkingen met zich mee kan brengen, zoals opvliegers en een gejaagd gevoel. Ook kan bij veelvuldig toepassen de kwaliteit van het kraakbeen juist minder worden.
Hieronder staat een overzicht van pijnklachten bij schouderslijtage na een injectie met corticosteroïden (Tortato et al. Acta Ortop Bras 2022). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen beginnende en matige slijtage en ernstige slijtage.

Operatie bij schouderslijtage
Wanneer de bovenstaande niet-operatieve behandelmogelijkheden niet voldoende werken, kunt u via korte lijnen worden doorgestuurd naar een van de opererende schouderorthopeden. Zij passen dan, na hun analyse en als zij iemand geschikt vinden voor een operatie, geregeld een prothese van de schouder toe.
Samenvatting
- Bij schouderslijtage is de kwaliteit van het kraakbeen verminderd, maar ook ontsteking en een strakker staand gewrichtskapsel kunnen klachten verklaren.
- Pijn en bewegingsbeperking staan vaak op de voorgrond. De pijn kan optreden bij gebruik, in rust en tijdens de nacht.
- Een röntgenfoto is de meest gebruikelijke manier om schouderslijtage vast te stellen. Een MRI-scan is lang niet altijd nodig.
- Niet-operatieve behandelingen bestaan uit oefentherapie, aanpassing van voeding, pijnstilling en injecties.
- Wanneer deze behandelingen onvoldoende werken, kan verwijzing naar een schouderorthopeed worden overwogen.
Veelgestelde vragen over schouderslijtage
Wat zijn de symptomen van schouderslijtage?
Pijn en bewegingsbeperking van de schouder staan vaak op de voorgrond. Bewegingen zoals iets uit een hoger kastje pakken, kleren aantrekken of haren kammen kunnen moeilijker worden. Door minder gebruik kan ook de kracht van de schouder afnemen.
Kan schouderslijtage ook pijn in rust of ’s nachts geven?
Ja. De pijn kan na inspanning of gebruik van de schouder worden gevoeld, maar ook in rust, tijdens de nacht en op onverwachte momenten. Sommige mensen kunnen slecht op de schouder liggen en worden daardoor wakker.
Hoe wordt schouderslijtage vastgesteld?
Na het uitvragen van de klachten kan aanvullend onderzoek worden gekozen. Een röntgenfoto is de meest gebruikelijke manier om schouderslijtage vast te stellen. Daarop kunnen een kleinere ruimte tussen de schouderkop en -kom en aangegroeide botpuntjes zichtbaar zijn.
Is een MRI-scan altijd nodig bij schouderslijtage?
Nee. Een MRI-scan is lang niet altijd nodig als een röntgenfoto al een duidelijk beeld geeft dat past bij de klachten en het lichamelijk onderzoek. Een MRI-scan kan worden gemaakt als meer details nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer een operatie wordt overwogen.
Welke oefeningen worden gebruikt bij schouderslijtage?
Oefentherapie kan bestaan uit het rekken en mobiliseren van strakke spieren en het schouderkapsel en uit oefeningen om de schouderspieren te versterken. Een lokale fysiotherapeut, liefst gespecialiseerd in schouderklachten, kan helpen met een passend schema.
Welke niet-operatieve behandelingen zijn er bij schouderslijtage?
Op deze pagina worden oefentherapie, aanpassing van voeding, pijnstilling en injecties als niet-operatieve behandelmogelijkheden besproken.
Welke injecties worden bij schouderslijtage besproken?
De pagina bespreekt injecties met plaatjes-rijk plasma (PRP/ACP), hyaluronzuur en corticosteroïden. De werking, verwachte duur en beperkingen worden per injectie toegelicht.
Wanneer wordt een operatie bij schouderslijtage overwogen?
Wanneer niet-operatieve behandelmogelijkheden onvoldoende werken, kan iemand worden doorgestuurd naar een opererende schouderorthopeed. Na beoordeling kan deze bepalen of een operatie en eventueel een schouderprothese geschikt zijn.
Advies over schouderslijtage
Wilt u advies over uw schouderklachten en de mogelijke behandelingen? Vraag dan een consult aan.


