Een tenniselleboog in het kort

Een tenniselleboog, ook wel tennisarm genoemd, is een overbelastingsklacht van de peesaanhechting aan de buitenzijde van de elleboog. De pijn ontstaat vooral bij knijpen, tillen, draaien en het strekken van de pols of vingers. De meeste mensen met deze klacht spelen geen tennis.

De behandeling bestaat meestal uit het aanpassen van de belasting en het geleidelijk versterken van de spieren en pezen van de onderarm. Het herstel kan enkele maanden duren. Bij langdurige klachten kunnen aanvullende behandelingen, zoals een brace, manuele therapie of een injectie, worden overwogen. Een operatie is maar zelden nodig.

Wat is een tenniselleboog?

Bij een tenniselleboog is de peesaanhechting van de pols- en vingerstrekkers aan de buitenzijde van de elleboog overbelast. Deze spieren worden onder andere gebruikt bij knijpen, tillen, draaien en het naar achteren bewegen van de hand en vingers.

De klacht wordt ook wel een tennisarm genoemd. De naam tenniselleboog is ontstaan doordat de klacht regelmatig werd gezien bij tennissers die de backhand met een minder goede techniek uitvoerden. De grootste groep mensen met een tenniselleboog speelt echter helemaal geen tennis. Ook herhaalde bewegingen tijdens werk, huishoudelijke activiteiten, hobby’s en andere sporten kunnen de pees overbelasten.

Wat gebeurt er met de pees?

Bij langdurige klachten is de kwaliteit en structuur van het peesweefsel veranderd. De vezels zijn minder goed georganiseerd en de pees kan belasting daardoor minder goed verdragen (Pitzer et al. Med Clin North Am 2014). Bij peesklachten kunnen daarnaast ontstekingsprocessen een rol spelen. Meer hierover staat in het artikel Ontsteking speelt vaak een rol bij peesklachten.

Zonder behandeling nemen de klachten bij veel mensen uiteindelijk af. Dit natuurlijke herstel kan echter 12 tot 18 maanden duren. Een passende opbouw van de belasting en gerichte oefentherapie kunnen helpen om het herstel te ondersteunen. Ook voor mensen die al langer dan 12 tot 18 maanden klachten hebben, zijn nog behandelmogelijkheden beschikbaar.

Illustratie van de overbelaste peesaanhechting bij een tenniselleboog

Bij een tenniselleboog is de peesaanhechting van de pols- en vingerstrekkers aan de buitenzijde van de elleboog overbelast.

Geïllustreerd door Myrthe Boymans

Hoe ontstaat een tenniselleboog?

Een tenniselleboog ontstaat wanneer de peesaanhechting aan de buitenzijde van de elleboog meer of zwaardere belasting krijgt dan deze op dat moment aankan. De klacht kan ontstaan door sport, werk, huishoudelijke activiteiten of een hobby waarbij dezelfde beweging vaak wordt herhaald.

Het gaat meestal niet om één verkeerde beweging, maar om een opeenstapeling van belasting. De kans op klachten neemt toe wanneer de hoeveelheid of intensiteit van een activiteit plotseling wordt verhoogd, wanneer bewegingen zeer vaak worden herhaald of wanneer de arm vanuit een minder gunstige houding wordt belast.

Herhaalde bewegingen tijdens werk, sport of hobby

Veelvoorkomende belastende bewegingen zijn krachtig knijpen, tillen, schroeven, draaien en het herhaald strekken van de pols en vingers. Bij tennis kan de klacht bijvoorbeeld ontstaan wanneer de backhand steeds te laat wordt geraakt. Tijdens werk kan het gaan om het herhaald scannen van boodschappen, werken met gereedschap, schilderen of langdurig gebruik van een computermuis.

Ook het veelvuldig gebruiken van een mobiele telefoon kan bijdragen aan klachten van de arm, pols of elleboog. In de publicatie Fysieke klachten door mobiele telefoongebruik wordt uitgebreider ingegaan op overbelasting door herhaalde bewegingen en een minder gunstige houding.

Techniek, houding en een plotselinge toename van belasting

Een minder goede techniek of houding zorgt ervoor dat de spieren en pezen van de onderarm harder moeten werken. Dat speelt niet alleen bij tennissers, maar ook bij werkzaamheden waarbij gereedschap wordt gebruikt of veel wordt getild en gedraaid.

Daarnaast kunnen klachten ontstaan wanneer iemand na een rustige periode plotseling veel meer gaat sporten, klussen of werken. De pees heeft tijd nodig om zich aan een hogere belasting aan te passen.

Een probleem in het ellebooggewricht

Soms lijken de klachten op een tenniselleboog, terwijl er ook een probleem in het ellebooggewricht aanwezig is. Voorbeelden zijn een los stukje bot of kraakbeen en beschadiging of slijtage van het gewricht. In de meeste gevallen staat de overbelasting van de peesaanhechting echter op zichzelf.

Roken en overgewicht

Mensen die roken of overgewicht hebben, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van een tenniselleboog (Shiri et al. Am J Epidemiol 2006). Deze factoren betekenen niet dat iemand automatisch klachten krijgt, maar kunnen de belastbaarheid en het herstel van peesweefsel beïnvloeden.

Welke klachten geeft een tenniselleboog?

Het belangrijkste symptoom van een tenniselleboog is pijn aan de buitenzijde van de elleboog. De pijn zit meestal rond de benige knobbel waar de pezen van de pols- en vingerstrekkers aanhechten. De klachten kunnen licht beginnen en alleen na inspanning merkbaar zijn, maar ook zo hevig worden dat iemand tijdens dagelijkse activiteiten of zelfs in rust pijn ervaart.

Klachten die bij een tenniselleboog passen

  • Pijn aan de buitenzijde van de elleboog.
  • Pijn bij knijpen, tillen, draaien of het strekken van de pols.
  • Een verminderde knijpkracht of kracht in de onderarm.
  • Pijn die uitstraalt naar de onderarm, pols of vingers.
  • Pijn na belasting of bij ernstigere klachten ook in rust.
  • Hinder tijdens slapen of bij het liggen met de arm in een bepaalde houding.

Bij welke bewegingen doet een tenniselleboog pijn?

De pijn is vaak merkbaar bij het optillen van een tas, het vasthouden van een kopje, het openen van een pot, het omdraaien van een deurklink of het geven van een hand. Ook het met één hand bij de leuning optillen en verplaatsen van een stoel kan herkenbare pijn oproepen.

Activiteiten waarbij tegelijkertijd krachtig wordt geknepen en de pols wordt gestrekt, zijn vaak het gevoeligst. De ernst van de pijn kan per dag verschillen en hangt meestal samen met de belasting in de voorafgaande uren of dagen.

Minder kracht in de hand en onderarm

Door de pijn en de verminderde belastbaarheid van de pees kan de kracht in de hand en onderarm afnemen. Soms is de spierkracht zelf niet sterk verminderd, maar lukt het niet om volledig kracht te zetten omdat dit pijn veroorzaakt. Hierdoor kunnen voorwerpen gemakkelijker uit de hand glippen en worden dagelijkse handelingen lastiger.

Uitstralende pijn naar de onderarm, vingers of schouder

De pijn kan plaatselijk rond de buitenzijde van de elleboog blijven, maar ook uitstralen naar de onderarm en soms tot in de pols of vingers. Sommige mensen voelen de klachten daarnaast hoger in de arm, richting de schouder.

Uitstralende pijn betekent niet automatisch dat de pees bij de elleboog de enige oorzaak is. Wanneer de pijn vooral vanuit de schouder of bovenarm lijkt te komen, kunnen bijvoorbeeld peesklachten van de schouder een rol spelen. Tintelingen, gevoelloosheid of duidelijke uitval van kracht passen minder goed bij alleen een tenniselleboog en kunnen reden zijn om ook een zenuwprobleem te onderzoeken.

Hoe wordt een tenniselleboog vastgesteld?

Een tenniselleboog kan meestal worden herkend aan het verhaal over de klachten en het lichamelijk onderzoek. De arts vraagt waar de pijn zit, bij welke bewegingen deze ontstaat, hoe lang de klachten bestaan en welke werkzaamheden, sporten of hobby’s de elleboog belasten.

Omdat verschillende aandoeningen vergelijkbare pijn rond de elleboog kunnen veroorzaken, wordt ook gekeken naar de beweeglijkheid van de elleboog, pols, schouder en nek. Zo kan worden beoordeeld of de klachten daadwerkelijk bij de peesaanhechting van een tenniselleboog vandaan komen.

Lichamelijk onderzoek

Bij het lichamelijk onderzoek wordt onder andere gevoeld of de buitenzijde van de elleboog drukpijnlijk is. Daarnaast wordt getest of de herkenbare pijn ontstaat bij het strekken van de pols of vingers tegen weerstand en tijdens krachtig knijpen.

Wanneer het klachtenpatroon en de uitkomsten van het lichamelijk onderzoek duidelijk bij een tenniselleboog passen, is aanvullend onderzoek meestal niet nodig. Bij langdurige, afwijkende of ernstige klachten kan beeldvorming wel zinvol zijn om andere oorzaken uit te sluiten.

Wanneer is aanvullend onderzoek nodig?

Aanvullend onderzoek kan worden overwogen wanneer de diagnose niet duidelijk is, wanneer de klachten al lange tijd bestaan of wanneer de behandeling onvoldoende effect heeft. Het onderzoek is dan vooral bedoeld om problemen in het gewricht, beschadiging van het kraakbeen of andere oorzaken van elleboogpijn te beoordelen.

Röntgenfoto

Op een röntgenfoto zijn de pezen zelf niet goed zichtbaar. De foto kan wel worden gebruikt om het ellebooggewricht te beoordelen. Er wordt onder andere gekeken naar slijtage, kalkafzettingen of losse stukjes bot of kraakbeen.

MRI-scan

Met een MRI-scan kan de peesaanhechting aan de buitenzijde van de elleboog gedetailleerd worden bekeken. De scan kan veranderingen van het peesweefsel laten zien en duidelijk maken of ook het kraakbeen of een andere structuur in het ellebooggewricht een rol speelt.

Een afwijking op een scan moet altijd worden beoordeeld in combinatie met de klachten en het lichamelijk onderzoek. Beeldvorming alleen bepaalt daarom niet welke behandeling nodig is. In de publicatie De magie van een MRI wordt uitgebreider uitgelegd waarom bevindingen op een MRI niet altijd gelijkstaan aan de oorzaak van pijn.

Wat kunt u doen tegen een tenniselleboog?

Er bestaat geen behandeling die een tenniselleboog bij iedereen direct verhelpt. De pees heeft tijd nodig om zich te herstellen en opnieuw aan belasting aan te passen. De behandeling is daarom meestal gericht op het tijdelijk verminderen of aanpassen van belastende activiteiten en het vervolgens geleidelijk sterker maken van de onderarmspieren en de pees.

Oefentherapie vormt meestal de basis van de behandeling. Afhankelijk van de klachten kunnen ook manuele therapie, een brace, tijdelijke pijnstilling of een injectie worden overwogen. Een operatie is alleen in uitzonderlijke gevallen nodig.

Mag u blijven werken en sporten met een tenniselleboog?

Het is bij een tenniselleboog meestal niet nodig om de arm volledig stil te houden. Volledige rust maakt de pees niet automatisch sterker en kan ertoe leiden dat de spieren en pezen juist minder belastbaar worden. Het is daarom vaak beter om activiteiten te blijven uitvoeren, maar de belasting tijdelijk aan te passen.

Bewegingen die veel pijn veroorzaken, zoals krachtig knijpen, zwaar tillen, schroeven of herhaald werken met de pols achterover, kunnen tijdelijk worden verminderd. Soms helpt het om een activiteit over beide armen te verdelen, lichter gereedschap te gebruiken, vaker pauze te nemen of de houding en techniek te veranderen.

Werken met een tenniselleboog

Of iemand kan blijven werken, hangt af van het soort werkzaamheden en de ernst van de klachten. Bij licht of afwisselend werk is doorwerken meestal mogelijk. Bij zwaar of herhalend werk kan een tijdelijke aanpassing van taken, werktijden of hulpmiddelen nodig zijn.

Het doel is om de pees wel te blijven gebruiken, maar te voorkomen dat iedere werkdag opnieuw een duidelijke toename van pijn veroorzaakt. Bespreek aanpassingen zo nodig met de werkgever, bedrijfsarts of fysiotherapeut.

Sporten met een tenniselleboog

Sporten kan meestal worden voortgezet wanneer de pijn tijdens en na de activiteit aanvaardbaar blijft. Pas bij tennis bijvoorbeeld tijdelijk de trainingsduur, intensiteit, grip, bespanning of slagtechniek aan. Een trainer of fysiotherapeut kan helpen om technische factoren te herkennen die de pees onnodig zwaar belasten.

Wanneer de pijn tijdens het sporten sterk toeneemt, de arm na afloop langdurig gevoeliger blijft of de klachten de volgende dag duidelijk erger zijn, is de belasting waarschijnlijk te hoog. Verlaag deze dan tijdelijk en bouw vervolgens geleidelijk weer op.

Hoe lang duurt het herstel van een tenniselleboog?

Het herstel van een tenniselleboog verloopt meestal geleidelijk. Bij sommige mensen nemen de klachten binnen enkele maanden af, terwijl het natuurlijke herstel bij anderen 12 tot 18 maanden kan duren. Ook klachten die al langere tijd bestaan, kunnen nog verbeteren.

De hersteltijd hangt onder andere samen met de duur en ernst van de klachten, de belastbaarheid van de pees, het soort werk of sport en de mogelijkheid om de belasting aan te passen. Peesweefsel past zich langzaam aan. Een verbetering wordt daarom vaak pas na meerdere weken consequente oefentherapie merkbaar.

Bij oefentherapie voor peesklachten is na vier weken vaak nog weinig verschil merkbaar. Na ongeveer zes tot acht weken kan de pijn beginnen af te nemen en na tien tot twaalf weken is geregeld een duidelijkere verbetering te verwachten. In het artikel Verloop van oefentherapie bij peesklachten wordt dit herstelproces uitgebreider uitgelegd.

Welke oefeningen helpen bij een tenniselleboog?

Oefentherapie is gericht op het geleidelijk vergroten van de kracht en belastbaarheid van de onderarmspieren en hun pezen. Welke oefeningen en weerstand geschikt zijn, hangt af van de duur en ernst van de klachten en van de huidige kwaliteit en belastbaarheid van de peesaanhechting.

Veelgebruikte vormen zijn isometrische, concentrische en excentrische oefeningen. Bij een isometrische oefening wordt kracht gezet zonder dat het gewricht beweegt. Bij concentrisch trainen worden de spier en pees korter terwijl kracht wordt gezet. Bij excentrisch trainen wordt de spier-peeseenheid juist langer terwijl deze weerstand opvangt.

Deze trainingsvormen kunnen binnen één oefenprogramma worden gecombineerd. De oefeningen worden bij voorkeur steeds iets zwaarder gemaakt wanneer de pees de bestaande belasting goed verdraagt (Coombes et al. JOSPT 2015; Peterson et al. Clin Rehabil 2014).

Oefenen op geleide van de pijn

Enige pijn tijdens het oefenen hoeft niet schadelijk te zijn. Een pijnscore van maximaal ongeveer 4 tot 5 op een schaal van 0 tot 10 is bij peesoefeningen meestal aanvaardbaar, zolang de klachten na de training weer afnemen.

Blijft de elleboog langdurig pijnlijker of zijn de klachten de volgende dag duidelijk erger, verlaag dan de weerstand, het aantal herhalingen of de trainingsfrequentie. Bouw de oefeningen pas weer verder op wanneer de pees de belasting goed verdraagt.

Op de afzonderlijke pagina over oefentherapie bij een tenniselleboog staat meer uitleg over de verschillende trainingsvormen.

Verloop van klachten tijdens oefentherapie bij een tenniselleboog

Beginpositie van een excentrische oefening voor de onderarm bij een tenniselleboog Uitvoering van een excentrische oefening voor de onderarm bij een tenniselleboog Eindpositie van een excentrische oefening voor de onderarm bij een tenniselleboog

Voorbeeld van excentrische oefentherapie voor de pols- en vingerstrekkers bij een tenniselleboog.

Manuele therapie bij een tenniselleboog

Bij manuele therapie wordt niet alleen naar de elleboog gekeken, maar ook naar de beweeglijkheid van de pols, schouder en nek. Een beperking in een van deze gebieden kan ervoor zorgen dat de arm tijdens werk of sport minder efficiënt beweegt en dat de pezen rond de elleboog relatief zwaarder worden belast.

Een manueel therapeut, een fysiotherapeut met een aanvullende specialisatie, kan verschillende technieken gebruiken om de beweeglijkheid van deze gewrichten te verbeteren. Manuele therapie kan daarmee een aanvulling zijn op oefentherapie en aanpassing van de belasting. De behandeling maakt de aangedane pees zelf echter niet automatisch sterker.

Meer informatie staat op de pagina over manuele therapie bij een tenniselleboog.

Helpt een brace bij een tenniselleboog?

Een tenniselleboogbrace wordt rond de bovenste helft van de onderarm gedragen, enkele centimeters onder de pijnlijke peesaanhechting. De brace is bedoeld om een deel van de trekkrachten op de peesaanhechting op te vangen. Hierdoor kunnen activiteiten zoals tillen, werken of sporten tijdelijk minder pijnlijk zijn.

Er is nog maar beperkt onderzoek gedaan naar het effect van een brace. Een brace lijkt bij een deel van de mensen de klachten tijdens belasting te verminderen (Struijs et al. Am J Sports Med 2004). Het hulpmiddel herstelt de pees niet en vervangt oefentherapie daarom niet.

Wanneer draagt u de brace?

Een brace kan vooral worden gedragen tijdens activiteiten die klachten veroorzaken. Het is meestal niet nodig om deze voortdurend of tijdens de slaap te dragen. De band moet stevig genoeg zitten om steun te geven, maar mag geen tintelingen, gevoelloosheid, verkleuring of extra pijn veroorzaken.

De juiste plaats en spanning kunnen per persoon verschillen. Op de pagina over een brace bij een tenniselleboog staat meer uitleg over het doel van dit hulpmiddel.

Brace rond de onderarm om de pees bij een tenniselleboog te ontlasten

Welke pijnstilling helpt bij een tenniselleboog?

Pijnstilling kan de klachten tijdelijk verminderen, maar verbetert de kwaliteit of belastbaarheid van de pees niet. Het doel is vooral om dagelijkse activiteiten of oefentherapie beter mogelijk te maken.

Paracetamol kan bij hinderlijke pijn tijdelijk worden overwogen. Ontstekingsremmende medicijnen, ook wel NSAID’s genoemd, kunnen soms eveneens pijn verminderen. Omdat langdurig of veelvuldig gebruik bijwerkingen kan geven, worden deze middelen bij voorkeur zo kort mogelijk gebruikt en alleen wanneer ze voor de betreffende persoon veilig zijn.

Overleg met een arts of apotheker bij langdurige klachten of wanneer pijnstillers meerdere dagen achter elkaar nodig blijven. Dit is extra belangrijk bij maag-, nier- of hartproblemen, het gebruik van bloedverdunners, zwangerschap of het gebruik van andere medicijnen.

Welke injecties kunnen helpen bij een tenniselleboog?

Een injectie is bij een tenniselleboog meestal niet de eerste behandeling. Het aanpassen van de belasting en het geleidelijk versterken van de pees met oefentherapie vormen doorgaans de basis. Wanneer de klachten ondanks deze aanpak langdurig blijven bestaan, kan een injectie als aanvullende behandeling worden overwogen.

Er zijn verschillende injectiemogelijkheden. Deze werken niet allemaal op dezelfde manier en hebben elk hun eigen mogelijke voordelen en bijwerkingen. Welke injectie het meest geschikt is, hangt onder andere af van de duur en ernst van de klachten, de kwaliteit van de pees en de behandelingen die al zijn geprobeerd.

Meer achtergrond staat op de afzonderlijke pagina over injecties bij een tenniselleboog.

Botox bij een tenniselleboog

Botox is vooral bekend als behandeling tegen rimpels, maar wordt ook toegepast bij sommige langdurige peesklachten. Bij een tenniselleboog wordt de botox geïnjecteerd in de spieren rondom de pijnlijke peesaanhechting.

Botox vermindert tijdelijk de kracht waarmee de spieren aan de pees trekken. Hierdoor wordt de peesaanhechting minder zwaar belast en kan de pijn afnemen (Dong et al. Br J Sports Med 2015; Eduardo Silva Reis Barreto et al. Int Orthop 2024).

Een mogelijke bijwerking is tijdelijk krachtsverlies van de spieren die de vingers strekken. Dit kan dagelijkse handelingen bemoeilijken. De kracht herstelt doorgaans geleidelijk en is meestal binnen enkele maanden terug. De mogelijke voor- en nadelen worden daarom vooraf zorgvuldig besproken.

Verloop van pijn na een botoxinjectie bij een tenniselleboog

Verloop van de klachten na een botoxinjectie bij een tenniselleboog.

Vergelijking van het effect van botox en een placebo bij een tenniselleboog

Vergelijking van het verloop na een injectie met botox of een placebo.

Prolotherapie bij een tenniselleboog

Bij prolotherapie wordt een vloeistof met hooggeconcentreerde glucose en een lokaal verdovend middel rond de aangedane pees geïnjecteerd. Het doel is om plaatselijk een gecontroleerde herstelreactie op te wekken en het peesweefsel te stimuleren zich aan te passen.

Meestal worden twee tot drie injecties verdeeld over een periode van ongeveer twaalf weken gegeven. Het effect ontstaat niet direct, maar kan zich in de weken na de behandeling geleidelijk ontwikkelen (Dogru Ciftci et al. 2022; Rabago et al. Am J Phys Med Rehabil 2014).

Na de injectie kan de elleboog tijdelijk gevoeliger of pijnlijker worden. Deze reactie is doorgaans mild en kan ongeveer een week aanhouden. Vaak wordt geadviseerd om de oefentherapie en zwaardere belasting in de eerste week tijdelijk te verminderen en daarna geleidelijk te hervatten.

In het artikel Effect van een prolotherapie-injectie op peesweefsel wordt uitgebreider uitgelegd wat deze behandeling met de pees probeert te bereiken.

Verloop van de klachten na prolotherapie bij een tenniselleboog

Verloop van de klachten na prolotherapie bij een tenniselleboog.

Hyaluronzuur bij een tenniselleboog

Hyaluronzuur is een lichaamseigen stof die onder andere betrokken is bij de smering en stofwisseling van weefsels. Bij peesklachten wordt de injectie toegepast met als doel de pijn en irritatie rond de pees te verminderen en het herstelproces te ondersteunen.

Onderzoek naar een tenniselleboog laat zien dat de pijn na enkele weken kan afnemen en daarna verder kan verbeteren (Agostini et al. J Back Musculoskelet Rehabil 2022; Zinger et al. BMC Sports Sci Med Rehabil 2022).

De injectie wordt met behulp van een echo nauwkeurig rond de aangedane pees geplaatst. Eerst wordt de huid plaatselijk verdoofd, waarna het hyaluronzuur via dezelfde naald kan worden geïnjecteerd. De injectie is een aanvulling op de behandeling en vervangt oefentherapie en een passende opbouw van de belasting niet.

Verloop van pijn na een hyaluronzuurinjectie bij een tenniselleboog

Verloop van de pijn na een injectie met hyaluronzuur bij een tenniselleboog.

Plaatjes-rijk plasma (PRP of ACP)

Bij een injectie met plaatjes-rijk plasma wordt gebruikgemaakt van het eigen bloed. Er wordt eerst bloed afgenomen, dat vervolgens in een apparaat wordt gecentrifugeerd. Hierdoor ontstaat plasma met een hogere concentratie bloedplaatjes en bijbehorende groeifactoren.

Na plaatselijke verdoving wordt het geconcentreerde plasma rond de pijnlijke peesaanhechting geïnjecteerd. Het doel is om het herstelproces van de pees te ondersteunen en de klachten geleidelijk te verminderen.

Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar PRP bij een tenniselleboog. Gemiddeld lijkt een deel van de mensen verbetering te ervaren, maar het effect verschilt per persoon. Binnen een periode van ongeveer twaalf weken kunnen gemiddeld twee injecties worden gegeven (Dong et al. Br J Sports Med 2015; Peerbooms et al. Am J Sports Med 2010).

PRP wordt binnen de praktijk ook ACP genoemd. Dit staat voor autologous conditioned plasma. De behandeling wordt meestal pas overwogen wanneer oefentherapie, aanpassing van de belasting en andere passende mogelijkheden onvoldoende resultaat hebben gegeven.

Verloop van pijn na een injectie met plaatjes-rijk plasma bij een tenniselleboog

Verloop van de klachten na een injectie met plaatjes-rijk plasma bij een tenniselleboog.

Corticosteroïden bij een tenniselleboog

Een injectie met corticosteroïden, ook wel een cortisoninjectie genoemd, remt tijdelijk de irritatie en pijn rond de pees. De injectie maakt de pees zelf echter niet sterker. Het effect houdt gemiddeld ongeveer vier tot twaalf weken aan.

Op de langere termijn kunnen de resultaten minder gunstig zijn dan bij een behandeling zonder corticosteroïden. Ook kan herhaald injecteren nadelig zijn voor de kwaliteit van het peesweefsel. Daarom wordt deze injectie bij een tenniselleboog niet standaard of herhaaldelijk toegepast.

In sommige situaties kan een eenmalige injectie toch worden overwogen, bijvoorbeeld wanneer de pijn andere behandelingen of oefentherapie onmogelijk maakt. De mogelijke tijdelijke verbetering wordt dan afgewogen tegen de nadelen voor de langere termijn.

Wanneer wordt een tenniselleboog geopereerd?

Een operatie is bij een tenniselleboog zelden nodig. De meeste mensen verbeteren met een niet-operatieve behandeling of door het natuurlijke herstel van de pees. Daarom worden eerst mogelijkheden zoals aanpassing van de belasting, oefentherapie, manuele therapie, een brace en eventueel een injectie geprobeerd.

Een operatie kan worden besproken wanneer de klachten langdurig en ernstig blijven, ondanks een voldoende lange en goed uitgevoerde niet-operatieve behandeling. De beslissing hangt onder andere af van de duur van de klachten, de beperkingen tijdens werk en dagelijkse activiteiten, het lichamelijk onderzoek en eventuele beeldvorming.

Ook na een operatie is tijd nodig voor herstel en revalidatie. Bovendien geeft een operatie bij peesklachten niet bij iedereen het gewenste resultaat. De mogelijke voordelen, risico’s en verwachte hersteltijd worden daarom vooraf met een orthopedisch chirurg besproken.

Meer informatie staat op de afzonderlijke pagina over een operatie bij een tenniselleboog.

Tenniselleboog samengevat

  • Een tenniselleboog is een overbelastingsklacht van de peesaanhechting aan de buitenzijde van de elleboog.
  • De klacht wordt ook tennisarm genoemd en komt meestal voor bij mensen die niet tennissen.
  • De pijn ontstaat vaak bij knijpen, tillen, draaien en het strekken van de pols of vingers.
  • De diagnose kan meestal worden gesteld op basis van de klachten en lichamelijk onderzoek.
  • Het is meestal niet nodig om de arm volledig rust te geven, maar belastende activiteiten moeten soms tijdelijk worden aangepast.
  • Oefentherapie en het geleidelijk versterken van de onderarm vormen doorgaans de basis van de behandeling.
  • Het herstel kan enkele maanden tot 12 à 18 maanden duren.
  • Een brace, manuele therapie, pijnstilling of injectie kan bij een deel van de mensen een aanvullende behandeling zijn.
  • Een operatie wordt alleen bij langdurige en ernstige klachten overwogen.

Veelgestelde vragen over een tenniselleboog

Is een tennisarm hetzelfde als een tenniselleboog?

Ja. Tennisarm en tenniselleboog zijn twee namen voor dezelfde klacht. Het gaat om overbelasting van de peesaanhechting van de pols- en vingerstrekkers aan de buitenzijde van de elleboog.

Hulp bij aanhoudende elleboogklachten

Blijven de klachten ondanks aanpassing van de belasting en oefentherapie bestaan, dan kan een sportarts onderzoeken of de pijn daadwerkelijk door een tenniselleboog wordt veroorzaakt. Op basis van het klachtenpatroon, lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullende beeldvorming kan een persoonlijk behandeladvies worden opgesteld.

Voor een consult dat vanuit de basisverzekering wordt vergoed, is een verwijzing van de huisarts nodig.

Consult aanvragen

Over dr. Maarten Moen

Over de auteur

Dr. Maarten Moen is als sportarts werkzaam in de medische staf van NOC*NSF, de Olympische en Paralympische organisatie en bij Bergman Clinics. Hij richt zich voornamelijk op de behandeling van sport- en overbelastingsklachten bij topsporters en breedtesporters.

Gezien zijn werk bij NOC*NSF, waar hij de titel topsportarts mag voeren, samen met een selecte groep artsen in Nederland, kan hij als een van de eersten nieuwe ontwikkelingen uit de topsport toepassen bij deze sport- en overbelastingsklachten. Op deze manier kan ook u met uw klacht hier optimaal van profiteren.

Lees meer

Veelgestelde vragen

Meer veelgestelde vragen

Ik ben geen (top)sporter, kan ik bij de sportarts terecht?

Ja, u kunt bij de sportarts terecht, ook als u geen (top)sporter bent. De expertise van de sportarts richt zich op sportgeneeskunde en blessures, maar hij behandelt ook andere bewegingsgerelateerde klachten bij mensen van alle niveaus.

Recente publicaties

Bekijk alle publicaties

  • 10 juli 2026

    De allerbeste oefenvormen voor achillespees klachten op een rij

  • 09 juli 2026

    Zomer zonder slippertjes

  • 27 mei 2026

    Is hardlopen slecht voor de knieën?

  • 25 februari 2026

    De Winterspelen in Italië waren een feest!

  • 05 februari 2026

    Wandelen verlicht klachten van knieartrose

  • 21 januari 2026

    Op naar de Spelen

  • 15 januari 2026

    Zintuigen prikkelen in Dakar

  • 08 januari 2026

    Vetkamersysteem als belangrijke oorzaak van hielpijn

  • 06 december 2025

    Samenwerking in de (top)sport is een beproefd recept voor goud

  • 27 november 2025

    Push braces: van idee tot impact

arrow_circle_left arrow_circle_right
Ons collectief is werkzaam bij Bergman ClinicsOns collectief is werkzaam bij NOC*NSF

Over het collectief

Wij zijn een collectief van sport- en bewegingsartsen met expertise in het behandelen van sport- en overbelastingsklachten. Onze focus ligt op niet-operatieve behandelingen en het adviseren over belasting en herstel, zowel bij sporters als bij mensen met klachten bij bewegen.

Door onze ervaring in de topsport en samenwerking met andere specialisten werken we volgens de nieuwste inzichten. Ons doel is om klachten goed in kaart te brengen en een passende behandeling of advies te bieden.

Meer over het collectief